De eerste dag van juni begon grijs, met een lucht die grijs en grauw was zonder zon, maar er was wel veel wind. Toch stonden we daar weer, trouw en vol verwachting: Maickel, Joop, Lisette, Leo en Kevin — een hechte groep die elkaar al vaker door weer en wind had getrokken. Op het programma: het klassieke rondje Eiland Tholen. Een rit waar altijd iets van vrijheid in zit. Open landschappen, dijken die zich uitstrekken tot aan de horizon, en water dat altijd in de buurt is, als een kalme toeschouwer van onze tocht.
De wind speelde vandaag echter geen bijrol maar een hoofdrol. Al bij het verlaten van Berrege werd duidelijk dat dit geen gemakkelijke dag zou worden. De Zeeuwse vlaktes laten geen genade toe als de wind eenmaal besluit zich ermee te bemoeien. Hij beet zich vast in onze wielen, duwde tegen rug en borst, testte geduld en kracht .
Halverwege zwaaiden we Kevin uit. Zijn afspraak wachtte elders, en via Steenbergen koos hij zijn eigen route terug. Een kortere rit voor hem, maar met een stevige bijdrage tot dan toe. De rest van ons trok verder over de dijken van Tholen, de wind nog steeds strak op kop. Er werd weinig gepraat, de gesprekken ingeslikt door het ruisen van de wind, de gedachten vooral gericht op trappen, overleven, en straks… bier.
Lisette kreeg het zwaar te verduren. Op een lange strook vol tegenwind brak het peloton even. Een gaatje ontstond. Maickel, zoals altijd oplettend, liet zich direct afzakken om haar bij te staan. Maar Lisette, koppig in haar eigen strijd, wuifde zijn hulp resoluut weg. “Laat maar, ik kom zelf wel,” riep ze met een mix van frustratie en veerkracht — en ze kwam ook daadwerkelijk terug. Niet in één klap, maar met elke trap dichterbij, terug naar de groep, terug in de luwte. Soms is fietsen ook gewoon karakter tonen.

Aan het einde van rondje eiland Tholen was er nog een spannend moment. De lokale bevolking stonden allemaal op de dieke, en er werd heen en weer gerend met slangen. Er was in de haven van Strijenham een gevalletje Titanic. Het was pompen of verzuipen. We hergroepeerde met Lisette en konden weer door. We besloten om rustig terug te fietsen naar Bergen op Zoom.
Weer terug bij het Strandhuys plofte we neer op het terras. . We hadden geen zon, geen zeezicht — enkel het geruis van de wind en het grijs van een koele namiddag. We zaten buiten, natuurlijk, want waar kun je beter nagenieten dan in de frisse buitenlucht, met tintelende benen en een hart dat nog na-klopt van inspanning? Het biertje smaakte alsof het verdiend was, een gebakje erbij was helemaal top.
Er werd gelachen, nagepraat, gezwegen. Wind verbindt soms meer dan zon.
